Knippenbergpenning

(placeholder)

introductie

stichting

jury

thema 2018

criteria

genomineerden

voordrachten

penning

willy knippenberg

contact

links

Willy Knippenberg



Willy Knippenberg is geboren in Helmond op 15 november 1910  als zoon van een doctor in de Geschiedenis en de Nederlandse taal en mede-auteur van het bekende boek over Germaanse en klassieke mythologie ‘Goden en Helden’. Vader Knippenberg werd kort na de eeuwwisseling van 1900 naar Brabant  geroepen waar hij, eerst in Waalwijk en vervolgens in Helmond, een katholieke school oprichtte. Het gezin bestond uit 4 jongens en 5 meisjes.


Willy werd in 1935 tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding is hij in opdracht van de toenmalige bisschop mgr. Diepen in Nijmegen klassieke talen gaan studeren. Zijn hele werkzame leven is hij als docent aan Beekvliet verbonden geweest. Daarbij beperkte hij zich niet alleen tot het geven van lessen in latijn, zijn lievelingsvak. In de oorlogsjaren, toen het seminarie over meerdere locaties verspreid was, werd iedere docent ook voor andere vakken ingezet. Zo heeft hij in die periode zelfs gymnastiek en wiskunde gegeven. Enkele vakken is hij tot in het begin van de jaren zestig blijven doceren in de onderbouw van Beeklvliet, met name oude geschiedenis en biologie. Naast zijn leraarschap zag hij kans een collectie devotionalia en vlinders te verzamelen.  Bovendien maakte hij tal van notities  en gaf tientallen lezingen. Hij publiceerde ruim 300 artikelen in tal van tijdschriften en een tiental boeken. Hij groef exact 4822 Romeinse munten op en gaf meer dan 1600 lezingen in zowat alle plaatsen van de provincie.  Door zijn lezingen over volksverhalen, opgravingen, volksdevotie en landschapsontwikkeling heeft Knippenberg zich op heemkundig gebied enorm verdienstelijk gemaakt. “Zijn grote kracht is het populariseren van de wetenschap“, schreef de jury in 1978 toen aan hem de Cultuurprijs van Noord-Brabant werd toegekend.


Ondanks zijn studie-ijver promoveerde de classicus Knippenberg nooit tot doctor. “Ik ben veel te afgeleid om een groot geleerde in één wetenschap te kunnen worden“, zei hij, en: “Griekenland en Rome zijn heel interessant, maar het is dode geschiedenis en ik heb nou juist een enorme belangstelling voor al wat leeft.“

Wel combineerde hij geschiedenis en natuur door te schrijven over de ontwikkeling van de Brabantse fauna van de vijftiende tot de twintigste eeuw.

Hij onderzocht de grond waarop hij liep en hield dat ook zijn leerlingen voor. Toen er in 1962 Romeinse munten gevonden waren in het buurtschap Halder aan de Essche Stroom, ging hij met zijn leerlingen er op af. Drie klasgenoten, Joel Cahen, directeur van het Joods Historisch Museum, Jan van Laarhoven, oud-directeur van het Noordbrabants Museum en Frank van de Maden, voormalig coördinator beeld en geluid van de Brabant Collectie, zijn onder anderen mensen bij wie de zin voor cultuur en historie door hun leraar Knippenberg werd gewekt.


“Knippenberg is door geen van zijn leerlingen vergeten“, weet Jan van Laarhoven. “Zijn lessen, waarin hij altijd afdwaalde naar de meest uiteenlopende onderwerpen, waren een plezier om bij te wonen. Het ging hem niet alleen om het vak dat hij doceerde, geschiedenis en Latijn, maar om de persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen tot zelfstandig denkende mensen. Die wilde hij drie concrete vaardigheden meegeven: in de eerste plaats hoe je recht kunt doen aan de mensen om je heen in de tweede plaats een goed gevoel voor ons verleden met het doel daaruit conclusies te kunnen trekken voor de tijd van nu in de derde plaats een grote waardering voor de natuur om ons heen, waarop we uitermate zuinig moeten zijn. Behalve aan zijn leerlingen op Beekvliet - dat moeten er ongeveer 2500 zijn geweest - droeg hij dit uit aan talloze anderen die zijn lezingen bijwoonden.“


Knippenberg was onder meer oprichter van de Numismatische Kring Brabant, hoofdredacteur van De Gildetrom, medeoprichter van Volkskundig Museum De Vier Quartieren in Oirschot. Hij inventariseerde samen met de kapucijn Pater Gerlach het kerkelijk kunstbezit van het bisdom, was conservator van het Bisschoppelijk Museum, bestuurslid van het Museum van Religieuze Kunst in Uden, zat in de adviescommissie monumentenzorg, iin het bestuur van het Noordbrabants Genootschap en in de museumcommissie van het Noordbrabants Museum. Veel van wat hij begon, is door anderen doorgezet.


Bron: Brabants Dagblad en Bastion Oranje